Zijn Uber-chauffeurs werknemers?
Zijn Uber-chauffeurs werknemers?
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep nog geen eindoordeel gegeven in de zaak over de status van de Uber-chauffeurs. Ter discussie staat of Uber-chauffeurs opdrachtnemers zijn of werknemers. In plaats daarvan gaat het hof zogenaamde prejudiciële vragen stellen aan de Hoge Raad. Dat houdt in dat het hof aan de Hoge Raad vraagt om een aantal rechtsvragen te beantwoorden voordat het hof aan de hand van de antwoorden verdergaat met de behandeling van de procedure.
Feiten
Uber B.V. is een ritverhuurbedrijf dat de Uber-app aanbiedt, waarmee je een ritaanvraag kunt indienen die automatisch naar een Uber-chauffeur bij jou in de buurt wordt gestuurd, zodat de chauffeur op de hoogte is van je locatie. Taxichauffeurs die beschikken over een chauffeurskaart en een ondernemingsvergunning, kunnen direct toegang krijgen tot het platform van Uber om vervolgens als ‘zelfstandig Uber Partner’ taxivervoer aan te kunnen bieden via de Uber-app.
In de kern komt het geschil tussen Uber en FNV neer op de vraag of de verhouding tussen Uber en de chauffeurs moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst, en zo ja, of de CAO Taxivervoer (hierna: CAO) van toepassing is. FNV stelt zich in onderhavige procedure op het standpunt dat de Uber-chauffeurs geen zelfstandigen maar werknemers zijn en dat Uber de CAO tijdens de periodes dat deze algemeen verbindend is (geweest) moet naleven. De kantonrechters hebben deze vordering in eerste aanleg toegewezen. Uber is vervolgens met een aantal chauffeurs aan haar zijde in hoger beroep gegaan.
De prejudiciële vragen
De eerste prejudiciële vraag gaat over de verduidelijking van het begrip ‘ondernemerschap’. Eerder overwoog de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest dat dit een van de criteria is om te beoordelen of sprake is van een arbeidsovereenkomst of niet. Of maaltijdbezorgers van Deliveroo kwalificeren als werknemer moet worden beoordeeld aan de hand van ‘alle omstandigheden van het geval’. Hiermee speelt in het kader van de drie wettelijke vereisten uit artikel 7:610 BW (i) arbeid, (ii) loon en (iii) gezag ook (onder andere) het ‘ondernemerschap’ van de maaltijdbezorgers een belangrijke rol. Als het al dan niet aanwezig zijn van ‘ondernemerschap’ meegewogen wordt om de arbeidsverhouding van de Uber-chauffeurs te kwalificeren, dan zou dat kunnen betekenen dat van twee Uber-chauffeurs die precies hetzelfde werk doen, de ene een arbeidsovereenkomst heeft en de andere niet. Daarom vraagt het hof aan de Hoge Raad of dat de bedoeling is van de lijn die de Hoge Raad heeft uitgezet in het Deliveroo-arrest.
De tweede prejudiciële vraag ziet op de procedure die de FNV volgt. De FNV baseert haar vordering op artikel 3 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (hierna: Wet AVV). Het hof acht het van groot maatschappelijk en juridisch belang dat de Hoge Raad zich erover uitlaat of die wet de juiste grondslag om een vordering strekkende tot het kwalificeren van een tussen partijen bestaande verhouding vormt. Of hadden in plaats daarvan de algemene wettelijke bepalingen tot het instellen van een zogenoemde collectieve actie (artikel 3:305a e.v. BW) moeten worden gevolgd?
Vervolg procedure
Zowel Uber (en de aan haar zijde procederende chauffeurs) als FNV mogen zich op 14 november 2023 uitlaten over de precieze formulering van de prejudiciële vragen. Daarna beslist het hof definitief over de aan de Hoge Raad te stellen vragen.
Relatie met concept wetsvoorstel zzp-ers
De antwoorden van de Hoge Raad op de gestelde prejudiciële vragen zullen ook een rol gaan spelen bij de verdere vormgeving van het concept wetsvoorstel verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden. In het wetsvoorstel krijgt het begrip “ondernemerschap” ook een wezenlijke rol bij beantwoording van de vraag of een arbeidsrelatie een opdracht- of een arbeidsovereenkomst is. De vraag of dat element kan maken dat inhoudelijk gelijke arbeidsrelaties verschillend kwalificeren is natuurlijk zeer van belang voor de uitwerking van wetgeving en een algemene maatregel van bestuur over het onderscheid tussen de arbeidsovereenkomst en de overeenkomst van opdracht.
Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2023:2220
Laatste nieuws
Functie tijdelijk aangepast, blijvend veranderd?
Wanneer een werknemer door ziekte zijn eigen werkzaamheden niet meer kan verrichten, kan hij tijdens zijn re-integratie aangepast werk gaan doen. Wat geldt arbeidsrechtelijk als de werknemer dit werk jarenlang […]
Lees meerGevorderd Advocaat-stagiaire of Advocaat-medewerker
Word jij Advocaat Arbeidsrecht bij Adrenna Arbeidsrechtadvocaten? Voor onze arbeidsrechtpraktijk zijn wij op zoek naar een gevorderd advocaat-stagiaire of advocaat-medewerker. Heb je de ambitie om op termijn partner te worden? Ook dat behoort tot de mogelijkheden! We hebben een kantoor…
Lees meerChef de bureau/Spin in het web (24-40 uren per week)
Adrenna Arbeidsrechtadvocaten is een advocatenkantoor, gespecialiseerd in arbeids- en sportrecht. Vanuit onze vestigingen in Leeuwarden en Groningen bedienen wij onze klanten, variërend van grote werkgevers tot kleine werknemers. Wij hebben de ambitie om het beste arbeidsrechtkantoor van het Noorden te…
Lees meer